Mannen die zijn opgegroeid met een narcistische ouder merken vaak dat zelfkritiek diep in hun gedrag verankerd zit. Het uit zich in constant goedpraten, twijfelen aan je eigen keuzes en het gevoel dat je nooit genoeg bent.
In deze blog ontdek je waarom zelfkritiek zo hardnekkig is en hoe je kunt leren jezelf met meer compassie te benaderen.
Onszelf straffen voor wat we anderen vergeven
Doe je aan zelfkritiek? Praat je altijd gedrag en fouten van anderen goed en reken je keihard af met je eigen falen en imperfecties?
Een voorbeeld:
Je ziet iemand keer op keer dezelfde domme fouten maken en denkt: “Ach, we zijn allemaal maar mensen.”
Maar zodra jij zelf iets verkeerd doet, wordt dat begrip vervangen door zelfkritiek.
Alsof jij niet hetzelfde recht hebt om te falen als ieder ander.
Nee, jij moet altijd alles goed doen, gehoorzamen en je gedragen als een brave burger, perfect zijn. Alsof jij een voorbeeld moet zijn voor de rest, terwijl je alle imperfecties van anderen wel accepteert.
Hoe komt het toch dat je jezelf zo vaak naar beneden haalt, alsof je minder bent dan hun? Heb je jezelf eens afgevraagd waarom je dat doet?
Ik heb dat ook heel lang gedaan, totdat ik mezelf ging afvragen waarom. Toen kwam ik achter wat de werkelijke reden was. In dit bericht lees je mijn verhaal en wat je eraan kunt doen.
Zelkritiek en de rol van de goedpraten in mijn leven
Ontdek de psychologische oorzaak van zelkritiek en hoe je het patroon doorbreekt.
In de blog van deze week deel ik mijn verhaal van de goedprater en zelfcriticus in mij. Ik heb mezelf er heel vaak op betrapt dat ik altijd alles van anderen goedpraatte en daar tegenover heel kritisch en hard voor mezelf was.
Voor iedere fout die ik maakte strafte ik mezelf keihard af. Het was voor mij een bevestiging dat ik nooit goed genoeg was. Ik mocht van mezelf geen fouten maken, geen misstappen, alles moest altijd goed zijn.
Dat gold alleen voor mezelf.
Ik heb anderen de meest slordige fouten zien maken, zelfs bewust om te saboteren, en toch praatte ik voor mezelf alles goed wat ze deden want: Ach het zijn ook maar mensen die een behoefte hebben, daarom doen ze het.
Maar waarom haalde ik mezelf altijd naar beneden voor ieder klein dingetje dat misging? Waar waren mijn eigen behoeftes gebleven? Het antwoord daarop lag wederom in mijn verleden.
Goedpraten en zelfkritiek: Hoe het ontstond
Ook hier was er een deel van mijn bewustzijn, in mijn jeugd ontstaan, die ik de naam “De goedprater” heb gegeven. Ook hier heeft dit deel, net zoals alle andere bewustzijns delen, deze rol op zich genomen om me veilig te houden. Ik kwam er al snel achter dat de goedprater samen werkte met de zelfcriticus, ook een deel dat in mijn leven was gekomen als beschermer.
Van mijn goedpraat gedrag en mijn harde zelfkritiek was ik wel bewust, maar ik heb me nooit afgevraagd waar dat gedrag precies vandaan kwam en waarom ik het deed. Het was een ingesleten gewoonte geworden. Ik deed nooit anders.
Voor mij was het normaal dat ik perfect moest zijn en de ander niet. Gehoorzaamheid en alles goed doen was mijn streven. Al was ik ook maar een mens, als ieder ander, in mijn hoofd zaten delen die het daar niet mee eens waren.
De samenzwering van de goedprater en de zelfcriticus
Op de achtergrond, zonder dat ik het in de gaten had, waren het dus de goedprater en criticus die hiervoor verantwoordelijk waren. Deze twee delen van mezelf hebben die rollen op zich genomen om me te beschermen tegen de emotionele en lichamelijke mishandelingen thuis.
Hun strategie was, net zoals het deel de Schuldbekender,om te voorkomen dat anderen boos op me zouden worden en me vervolgens zouden kunnen kwetsen. Terecht of onterecht, dat zou niks uitmaken. Ik hield liever mijn mond dicht en praatte alles maar recht dat overduidelijk krom was, uit angst voor de gevolgen.
Hoe goedpraten en zelfkritiek samenhangt met angst voor mishandeling
Wat er gebeurde toen ik ze aansprak
Toen ik die delen van mijn bewustzijn de vraag ging stellen wat ze dachten dat er zou gebeuren als mensen boos op me werden, werd al snel duidelijk wat de onderliggende redenen waren.
Ze dachten dat als ik anderen boos zou maken of teleurstellen, ik dezelfde behandeling zou ondergaan als vroeger onder het regime van mijn stiefmoeder.
Diep van binnen was het een diepgewortelde angst voor verlating en mishandeling die me in zijn greep hield. Daarom hield ik mezelf altijd in en was ik heel kritisch op mezelf.
Aangeleerd goedpraat-gedrag van mijn stiefmoeder
Maar er was meer. Het was deels ook aangeleerd gedrag dat ik over had genomen van mijn stiefmoeder. Zo kreeg ik vaak de schuld van alles wat verkeerd ging en praatte ze het gedrag van anderen goed, of schonk er helemaal geen aandacht aan. Ik leerde al snel van: Als ik haar nou voor ben, en mezelf meteen bekritiseer, dan blijft haar oordeel en straf me bespaard, want ik heb meteen schuld bekend.
Het werd voor mij al snel vanzelfsprekend dat ik alles altijd goed moest doen en wat er zou gebeuren als ik dat niet deed. Ik had immers bewijs genoeg, getuige van de behandeling die ik thuis altijd kreeg. Ik was de zondebok.
Ik kon nooit iets goed doen en de focus ging naar alles wat niet volmaakt aan mezelf was. Iedereen mocht imperfect zijn behalve ikzelf.
Waarom ik leerde goedpraten
Door alles van anderen goed te praten en weg te wuiven, bleef ik ook de focus houden op mijn imperfecties en niet van anderen.Dat die anderen dat ook hadden,kwam helemaal niet meer bij me op. Natuurlijk nam ik ook dit zelfkritische gedrag mee naar mijn volwassen leven. Onbewust bleef ik in de rol van zondebok. Maar ditmaal was het niet mijn stiefmoeder maar ikzelf die me in die rol bleef houden.
Beter gezegd, de delen van mij: De goedprater en de criticus. Deze twee delen hadden geen benul van het feit dat ik niet meer dat 5-jarig ventje was, maar een man van in de 50. In hun beleving zit ik nog in de gevarenzone, waar de enige manier om velig te blijven is om naar perfectie te streven.
Zelfkritiek herkennen en begrijpen
Hun strategie geld nog steeds: voorkomen om anderen boos te maken, anders zou ik in gevaar komen. Heb ik me ooit afgevraagd of dat gevaar nog reëel was? Nee, maar voor de goedprater en de criticus was dat gevaar continu aanwezig.
Natuurlijk was ik me er wel van bewust dat al die anderen niet mijn stiefmoeder waren, maar het onveilige gevoel dat ik als kind altijd had was er nog wel. Iedere keer als ik in een situatie kwam vergelijkbaar met het verleden, dan werden de goedprater en de zelfcriticus actief.
De angsten van een 5-jarig kind
In zulke situaties werd mijn bewustzijn door die delen overgenomen en ik was zelf niet langer de baas over mijn gedachten. In die situaties mocht ik dan wel het lichaam hebben van een 50-jarige man, maar mijn hoofd werd dan in zo`n moment bestuurd door bewustzijns delen die nog in het verleden leefde. Die delen dachten dat ik nog die 5-jarige was die hun bescherming nodig had.
Pas toen ik dat besefte, kon ik pas verandering in mijn gedrag teweegbrengen. Maar dat besef kwam pas toen het “gevaar” geweken was en de goedprater en criticus zich weer terug hadden getrokken.
Op de momenten dat de rust in mijn hoofd was wedergekeerd, toen kon ik pas helder nadenken over hetgeen wat gebeurd was. “Ja”, dacht ik. “Wat ze zeiden was helemaal niet terecht, wat ze gedaan hadden was overduidelijk fout en hun gedrag sloeg ook nergens op“. Pas toen ik rustig de situatie kon beoordelen, kwamen de inzichten. Ik praatte altijd alles van anderen goed, maar durfde nooit hetzelfde te doen uit angst voor de gevolgen. Maar wat ik me nooit had afgevraagd was of die angst (nog wel) terecht was.
Hoe goedpraten uit het verleden het heden beïnvloedt
Wat zou er werkelijk gebeuren als ik anderen zou durven te wijzen op hun gedrag? Zou ik dezelfde behandeling krijgen die ik als kind kreeg? Vast niet. Toch hield ik me altijd in. Ik was nog steeds bang voor de gevolgen, en daarbij ook nog steeds erg kritisch op mezelf om de ander maar niet te kwetsen.
Maar dat waren wild vreemden waarvan ik dacht afhankelijk te zijn, net zoals mijn stiefmoeder en vader destijds. Mijn vrienden, collega`s, baas en familie. Was ik afhankelijk van ze? Wat zou er echt gebeuren als ik zou stoppen met alles van ze te tolereren?
Los van het feit of het terecht was of niet? Ja, ze zouden het niet leuk vinden, misschien kwaad worden en er zullen er ook vast een paar bijzitten die me zouden ontvrienden. Maar zoals met alles, zou mijn leven gewoon doorgaan. Mijn baas zou me niet ontslaan als ik hem een keer tegensprak en er zou evenmin een familielid of collega zijn die me zou straffen zoals mijn stiefmoeder dat deed.
Dat inzicht bracht me weer terug bij de realiteit. Het waren slechts patronen uit mijn verleden, dat tolereer gedrag en die zelfkritiek. Het was een beschermingsmechanisme dat ik ontwikkeld had om me veilig te houden.
Hoe ik de goedprater en zelfcriticus omvormde tot adviseurs
Als kind, afhankelijk van mijn vader en stiefmoeder, was dat noodzaak, want het gevaar was reëel. Ik werd mishandeld als ik ze tegensprak, iets over een ander durfde te zeggen en fouten maakte. Maar nu als 50-jarige was dat gevaar er niet meer, maar slechts het mechanisme dat me in mijn jeugd in leven hield en me beschermde.
De delen, de goedprater en de zelfcriticus, waren nog wel actief. Wat kon ik doen om ze te laten zien dat het gevaar van vroeger geweken was? Ik moest ze confronteren met het gevaar waarvoor ze mij altijd beschermd hadden. Ze moesten zelf ervaren dat er niets meer zou gebeuren als ik stopte met goedpraten en tegelijk minder kritisch op mezelf zou zijn.
Natuurlijk kon ik ze dat niet van de een op de andere dag overtuigen. Ze namen hun werk erg serieus, en het gevaar voor hun was nog steeds daar. Meer dan 50 jaar hebben ze hun best gedaan om me uit de gevarenzone te houden. Dat gingen ze niet zomaar opgeven omdat ik het nu ineens wel veilig vond.
Er waren kleine stapjes nodig die hun zouden overtuigen dat wat ik beweerde waar was. Het was niet zomaar even “vergeten wat er gebeurd was” en “in het nu leven”. Ze wilden concreet bewijs dat ik veilig zou blijven zonder hun ingrijpen. Dat was eng en dat voelde zeker in het begin, heel ongemakkelijk. Dat ongemakkelijke gevoel kwam van de delen de goedprater en de zelfcriticus die waarschuwingssignalen afgaven op het moment dat ik mezelf confronteerde met het onbekende.
Wat zou er gebeuren als ik tegen die vriend zou zeggen dat ik het niet met hem eens was, of dat ik het niet leuk vond wat hij laatst tegen me zei?
De invloed van goedpraten en zelfkritiek op mijn relaties en dagelijks leven
Ik besloot om door de angst heen te gaan. Het was zeker niet gemakkelijk, ik heb nachtenlang wakker gelegen met schuldgevoelens terwijl in mijn hoofd de reacties van mijn verbaasde vrienden, baas en collega`s zich als een film afspeelden omdat ze die nieuwe versie van mij nog nooit gezien hadden. Ik trok vroeger nooit mijn mond open en u wel?
Daarnaast stopte ik met mezelf te verontschuldigen voor alles wat ik verkeerd deed. Het was wennen voor ze en voor mij om ze de ware ik te laten zien die er altijd wel is geweest maar al die tijd opgesloten zat.
Na verloop van tijd werden de slapeloze nachten minder, de schuldgevoelens minder en kwam er plaats voor erkenning. Erkenning van wie ik was en acceptatie van anderen. Ze begonnen gewend te raken aan de authentieke ik. Het resultaat was dat relaties met anderen verbeterden omdat ze nu wisten wat ze aan me hadden i.p.v. zich af te moeten vragen hoe ik over bepaalde dingen dacht.
Wat bleek nog meer? Ik was zelf niet de enige die op eierschalen rondliep in hun gezelschap, maar dat was andersom ook. Ik had onbewust mezelf zo afgesloten van iedereen, dat mensen zich niet op hun gemak voelden bij me. Ze wisten nu immers precies wat ze aan me hadden.

Vrijheid en controle over je innerlijke systeem zonder goedpraten en zelfkritiek
Eindelijk na al die jaren voelde het alsof er een hele zware last van mijn schouders was gevallen. De angst die me al die jaren in zijn greep hield was nog wel daar, maar het was niet langer meer de baas. Ik kon nu als 50-jarige beslissen of iets wel gevaarlijk was of niet. En de goedprater en zelfcriticus waren er ook nog. Ze namen alleen niet meer mijn hele systeem over.
Dit keer had ik zeggenschap en waren zij mijn adviseurs geworden. Ik bepaalde voortaan zelf wat ik met dat advies deed. Het voelde alsof ik eindelijk uit mijn eigen gevangenis stapte. De gevangenis waarvan ik al die jaren zelf de sleutel had.
Reflectie: Stel jezelf de juiste vragen over goedpraten en zelfkritiek
Als je jouw leven zou vergelijken met het verhaal hierboven, hoe vaak praat jij dingen van anderen goed waarvan je weet dat ze niet oké zijn? Praat je dingen van jezelf goed die niet oké zijn? Of ben je juist heel zelfkritisch?
Als je wat minder kritisch op jezelf zou zijn, wat voor gevoel komt er dan bij je op? Schuld, schaamte, angst? Ga eens voorbij dat gevoel. Die gevoelens worden veroorzaakt door gedachten over wat een ander er van zou denken.
Wat denk je als je een van je vrienden iets ziet doen wat niet door de beugel kan? Durf je hem of haar daar dan op aan te spreken? Waarom durf je dat wel en waarom niet?
De rol van behoeften in goedpraten en zelfkritiek
Waar ben je echt bang voor dat er gebeurt? Welke van je behoeften komt in gevaar als je stopt met goedpraten van ongepast gedrag van anderen? Je behoefte aan veiligheid? Geborgenheid? Acceptatie of waardering?Wat zou er echt gebeuren als je je zelfkritiek zou loslaten en jezelf toestemming zou geven om niet perfect te zijn?
Wat ben je bang om kwijt te raken, of wie? Is die angst terecht? De angst is ook een signaal gever dat er bij je een behoefte is die aandacht vraagt, zoals veiligheid. Maar vaak is het zo dat wanneer je probeert bepaalde behoeftes te vervullen, dat dit ten koste gaat van andere behoeftes.
Behoefte aan acceptatie
Bijvoorbeeld: Je hebt behoefte aan erkenning en acceptatie. Om daaraan te voldoen, durf je nooit je mond open te doen en accepteer je alles van een ander. Daarnaast ben je erg zelkritisch uit angst om te falen. De behoefte aan erkenning en acceptatie gaat hier ten koste van je behoefte aan autonomie, omdat je niks zelfstandig durft te ondenemen uit angst om iets verkeerds te doen.
Door jezelf af te vragen waar je echt behoefte aan hebt, krijg je nieuwe inzichten. Die nieuwe inzichten kun je vervolgens gebruiken om uit die ingesleten patronen van zelfkritiek en goedpraten te stappen.
Welke vraag ga jij je als eerste stellen?
- Welke behoefte komt in gevaar als je stopt met goedpraten van ongepast gedrag?
- Ben je bang voor het verlies van veiligheid, geborgenheid, acceptatie of waardering als je zelfkritiek zou loslaten?
Als je merkt dat jij ook nog steeds last hebt van die oude patronen, misschien wordt het tijd om te onderzoeken wat er echt achter schuilgaat. Daar help ik je bij.
Photo by Afif Ramdhasuma on Unsplash en PublicDomainPictures from Pixabay
Herken je jezelf in dit verhaal? Veel mannen die zijn opgegroeid met een narcistische ouder lopen vast zonder te begrijpen waarom. Je hoeft dat niet langer alleen te dragen.
Ik heb een plek gemaakt voor mannen die verantwoordelijkheid nemen, eerlijk durven kijken en hun patronen willen doorbreken — zonder drama, zonder slachtoffergedrag, zonder oordeel.
👉 Lees hier meer over de community voor mannen met een narcistische ouder.



