
Ben jij die man die altijd alles doet voor anderen… maar nooit voor zichzelf?
Die man met de narcistische ouder.
Dat was die man die vroeger als kind moest voldoen.
Die alleen goed genoeg was als hij aan bepaalde eisen voldeed.
Dat was de man die zijn emoties nooit mocht tonen, omdat die als vervelend werden ervaren.
Die altijd stil was, onopvallend en teruggetrokken.
De man wiens waardigheid werd afgemeten aan zijn gehoorzaamheid en prestaties op school.
Hij werd verantwoordelijk gehouden voor het welzijn van zijn narcistische ouder.
Hij bekende altijd schuld, want dat was zijn enige uitweg.
Hij was de man die als kind werd afgestraft omdat hij niet perfect was.
Omdat hij niet de beste was op school.
Omdat hij niet genoeg zijn best deed.
Of gewoon zomaar, omdat hij in de weg liep.
De kleine jongen groeide op.
Van kind tot volwassen man.
Maar alleen zijn lichaam veranderde.
Ja, hij was inmiddels volwassen.
Maar in hem zat nog steeds die kleine jongen die vond dat hij niet goed genoeg was.
Die zich bescheiden en stilhield.
Die dacht: er is iets mis met mij.
Die altijd met een schuldgevoel rondliep.
Die zich schaamde om wie hij was.
Die zich wegcijferde.
Die streefde naar perfectie.
Die extreem gevoelig was voor kritiek.
Die zich niet de moeite waard vond.
Dus wat zei die man tegen zichzelf?
Ik ben niet goed genoeg.
Ik ben waardeloos.
Ik ben een mislukkeling.
Wie zit er nou op mij te wachten?
Wat stel ik nou voor?
Het wordt nooit wat met me.
Wat heb ik nou te bieden?
Dat gaat toch nooit wat worden.
Die zijn allemaal beter dan ik.
Ik kan dat toch nooit.
Laat maar zitten.
Wat deed die man?
Hij werkte keihard voor erkenning die nooit kwam.
Zei nooit nee.
Stond altijd voor anderen klaar.
Had geen grenzen.
Liet anderen over zich heen lopen.
Cijferde zichzelf helemaal weg.
Liep vaak rond met een geforceerde glimlach.
Was altijd aardig en behulpzaam.
Ging confrontaties uit de weg.
Gaf anderen altijd gelijk.
Was het altijd met iedereen eens.
De allemansvriend.
Altijd aanwezig.
Nooit ziek.
Streefde naar perfectie.
Naar erkenning.
Naar bewondering.
En uiteindelijk…
Die erkenning kwam nooit.
De bewondering kwam nooit.
Kreeg nooit terug wat hij gaf.
Hij bleef alleen.
Zonder familie.
Veel kennissen, maar geen echte vrienden.
Bewonderd voor wat hij deed, maar niet voor wie hij was.
Voor de buitenwereld leek hij alles perfect voor elkaar te hebben.
Maar van binnen voelde hij zich leeg.
Hij volgde nooit zijn hart. Alleen zijn logica.
Maar op een dag kwam spijt.
Spijt dat hij nooit aan zichzelf dacht.
Dat hij altijd zoveel werkte.
Nooit tijd voor zichzelf nam.
Nooit naar zijn gevoelens luisterde.
Nooit zijn hart volgde.
Altijd zweeg.
Altijd zijn dromen liet varen.
Altijd aan verwachtingen van anderen voldeed.
Zijn leven leefde voor anderen, maar van zichzelf.
Ben jij die man?
Dan wil ik dat je één ding weet.
Je bent niet kapot.
Je bent niet zwak.
En er is niets mis met jou.
Je hebt alleen geleerd
om jezelf te vergeten.
Ik weet dat.
Want ik was die man.


Als je me zou kennen, zou je weten dat ik:

“Mijn leven veranderde pas echt toen ik besefte dat ik mezelf gevangen hield”

